|
HEERENVEEN - Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd al lang bereikt. Maar Henk Gemser (69) is er de man niet naar om achter de geraniums te zitten en sudokupuzzels op te lossen. De komende maanden fungeert hij als chef de mission bij de Olympische Winterspelen, die vandaag over exact honderd dagen beginnen. Deze week bezoekt Gemser de wereldbekerwedstrijden snowboarden in de Zwitserse plaats Saas-Fee. Een locatie waar je alleen op ski's de wedstrijdpiste kan bereiken. Ondanks zijn respectabele leeftijd is dat geen enkel probleem voor de nog immer energieke inwoner van Oudehaske. "Daar hoef ik echt geen kromme tenen voor te hebben." De Fries had dan ook weinig bedenktijd nodig, toen hij een jaar geleden door zijn collega's werd gevraagd om chef de mission te worden. Dankzij zijn werkzaamheden als bestuurslid van NOCNSF was hij bekend met alle wintersporten én de sportkoepel. Daarnaast voelt hij zich fit genoeg om die complexe functie te bekleden. Dat hij na zijn afscheid als schaatscoach nu toch weer een stuk dichter bij de 'werkvloer' komt, is voor Gemser een prettige bijkomstigheid. "Dat heb ik wel gemist, ja", erkent hij. "Maar ik ben erin getraind om afstand te nemen. Ik vind dat ik daar gedisciplineerd mee om kan gaan." De voormalig trainer van toppers als Rintje Ritsma en Jan Ykema wil daarmee benadrukken dat hij de coaches niet voor de voeten wil lopen. Net zoals Gemser inmiddels geleerd heeft om iets vaker op zijn tong te bijten. Hij staat bekend om zijn uitgesproken mening, maar als 'pater familias' van de olympische ploeg is Gemser een stuk diplomatieker. "Die verschrikkelijk hoge leeftijd heeft me aangegeven dat je ook soms een proces een kans moet geven", zegt hij met een knipoog. "In die zin ben ik veranderd. Maar ik leg wel eens wat neer en dan kijk ik een week later of 't al geland is." Mocht dat niet het gewenste resultaat opleveren, dan deinst Gemser er niet voor terug om alsnog hard in te grijpen. Een recent voorbeeld wil hij niet noemen, maar de chef de mission vertelt wel over de gebeurtenissen bij het bobsleeën tijdens de Spelen van Turijn in 2006. "Als je tijdens de Spelen nog een bob-off moet houden om te kijken wie in de tweemansbob bij de vrouwen moet komen, dan is dat 'killing'. Dat is een demonstratie van amateurisme", stelt hij onomwonden. "Dat is net zoiets als ik jou vraag: Mag ik achterop bij jouw sleetje of het buurmeisje." Het was volgens Gemser symbolisch voor het Nederlandse bobsleeën. Als bestuurslid van NOCNSF heeft hij toen duidelijk gemaakt dat de koepel haar steun zou intrekken wanneer de organisatie niet zou professionaliseren. Mede dankzij dat dreigement is er een fikse inhaalslag gemaakt. Er kwam een topcoach (Tom de la Hunty), Rintje Ritsma werd aangesteld als teammanager en het bedrijf Eurotech hielp mee in de ontwikkeling van het materiaal. Zulke confrontaties zullen zich de komende honderd dagen waarschijnlijk niet voordoen. De chef de mission zal zich nu vooral dienstbaar opstellen, met dat ene doel voor ogen: presteren. Want laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. Het adagium 'meedoen is belangrijker dan winnen' is aan Gemser niet besteed. "We proberen niet ten koste van alles mensen naar Vancouver te sturen, omdat het zo leuk is", spreekt hij streng. "We zijn niet bezig met het honoreren van een droom van een sporter. We zijn bezig om op de Winterspelen te scoren." En over de conditie van de 69-jarige Fries hoeft niemand zich zorgen te maken. "Natuurlijk heb ik in mijn lijf één of twee schroeven los zitten. Het is niet meer als twintig jaar geleden. Hier en daar rammelt het wel, maar het maakt geen geluid." Bron: gelderlander.nl Foto's: Vincent Jannink/ANP |