|
Column: door Karel Deppe (voorzitter van Raad van Commissarissen van Eurotech Group BV) Ik wil U eens kennis laten maken met mijn oom Egbert. Jarenlang zwegen mijn ouders veel betekend als mijn broer en ik vroegen waarom hij nou alweer niet op Pa's verjaardag was gekomen.
Mijn broer en ik waren dol op oom Egbert, moeder ook, maar in stilte. Want oom Egbert was de deugniet van de familie. Niet getrouwd, nooit getrouwd, maar met enige regelmaat verschenen er elegante, altijd jongere dames aan de arm van oom Egbert. Mijn broer en ik begonnen toen al een beetje kijk op vrouwelijk schoon te krijgen, dus wij mochten die dolle oom wel met zijn onregelmatig wisselende tantes. Toen we de baard in onze kelen kregen stopten we trouwens met tante zeggen. Er was eens een Maaike, door ons Maaibaai genoemd omdat het zo'n haaibaai was. Ze kwam uit Indie en had het daar dan ook altijd over. Van haar en van oom Egbert heb ik veel vieze woorden in het Maleis geleerd waardoor mijn populariteit op school met punten tegelijk steeg.
Er was een tijdje lang een Truus, echt waar die heette zo en daar kon je erg duidelijk het verschil tussen de voor- en de achterkant zien. Ze had altijd strakke truitjes aan ( dat werd dus al gauw tante Truitje ) en daar kregen wij bepaald rode wangen van. Mijn moeder siste dan dat ik voor me moest kijken en ik zei dan heel brutaal dat dat precies was wat ik deed. Daarvoor kreeg ik natuurlijk later alsnog op mijn falie, want er werd geen ruzie gemaakt waar oom Egbert bij was.
Hij bracht ook altijd de verkeerde cadeaus mee. Van oom Egbert kreeg ik toen ik 12 was mijn eerste Michelin kalender. De mooiste meiden, bijna niks aan en vreselijk mooi gefotografeerd. Als ik hem bewaard had was die nu heel veel geld waard. We schrijven 1951, mind you. Mijn moeder vond het maar niks. Ik had een grote zus en oom Egbert zat altijd - tantes of niet - schandalig met mijn 19 jarige zus en haar vriendinnen te flirten. Nylons kostten toen nog een vermogen, maar oom Egbert had ze als "relatiegeschenk" altijd bij zich, dus ook mijn zus en haar vriendinnen vielen als blokken voor oompje Egbert.
O ja, oom Egbert had ook altijd mooie auto's, eerst Amerikanen, De Soto, Hudson, Pontiac en later een Borgward Isabella en natuurlijk een rijtje Mercedessen. Je zal maar zo'n oom hebben in je puberteit. Heeft deze familie geschiedenis nou iets met de metaal te maken? Jazeker, dat komt nu. Oom Egbert zei altijd dat je ergens beter in moest zijn dan alle andere mannen. De tango riep ik dan! Ja, dat ook, maar hij bedoelde iets anders. Hij was namelijk een van de beste lassers van het Westelijk halfrond, maar misschien overdrijf ik een beetje. Hij laste hoge druk gas- , olie- en stoomleidingen voor de Shell en zo. Over de hele wereld. Al die lassen werden gefotografeerd en waren altijd goed. Hij verdiende er goud mee en leidde er een soort zeemansleven van, met in ieder oliestadje een ander schatje.
Dat ergens de beste in zijn was en is natuurlijk een vreselijk goed idee. Ik kan het iedereen aanraden. Ik heb nog eens tegen hem gezegd: " Als je nou iets weet, iets kan, een kunstje dat niemand anders kent dan word je toch steenrijk? " Daarop zei mijn wijze, ondeugende oom : "Kijk Karel, iets dat niemand anders kan bestaat haast niet, maar als echt maar heel weinig mensen hetzelfde kunnen dan is je kostje gekocht."
Dat is het dus mannen .......je moet in de metaal, net als oom Egbert, gewoon Olympisch goed zijn in wat je doet! Bron: http://www.technishowmagazine.nl |